Neem contact met ons op
info@openglobe.nl

Werken vanuit visie



Buurderij TOG ontwikkelen in de vorm van een organisatienetwerk



Een buurderij is een nieuw type platteland onderneming waarbinnen gezocht wordt naar nieuwe functiecombinaties binnen en buiten de agrarische sector. Deze buurderij heeft de naam ‘The Open Globe’ (TOG) en wil ik ontwikkelen in de vorm van een organisatienetwerk. Een organisatienetwerk is een organisatievorm die we in de toekomst steeds vaker zullen zien: een netwerk van soevereine organisaties/partners die samen een ‘outcome’ bewerkstelligen die geen van de afzonderlijke organisaties kan bewerkstelligen.

Organisatienetwerken zijn meer dan een netwerk van organisaties! Het zijn organisaties in de klassieke zin maar ze produceren iets en hebben dus ook wel degelijk nood aan sturing. Hierdoor dient er één organisatie leidend te zijn, een soort regisserende cel, in dit geval dus de te ontwikkelen buurderij ‘The Open Globe’, die de specifieke rol heeft om de structuur van het organisatienetwerk te verzorgen en waar mogelijk verder te ontwikkelen.

Het organisatienetwerk gaat dus verder dan een joint venture waarin twee of meerdere organisaties krachten bundelen om dat wat ze normaal gezien doen te bundelen in functie van hun eigen concurrentievoordeel. In het nieuwe organisatiemodel staat het creëren van ‘shared value’ centraal: waarde creëren die er anders niet zou zijn voor eindgebruikers en maatschappij. Het voordeel voor de partners is dat ze deel worden van het genereren van een nieuwe waarde of een product.

Bovenstaande doelstelling van deze buurderij TOG kun je ook omschrijven als een multilaterale cross-over ketens innovatie; sectoren die m.i. met (een deel van) hun huidige maatschappelijke functie in de buurderij TOG opgenomen kunnen worden zijn: Energie, Landbouw (Agro-Ecologie; zoet,zout en zilt), Financiën, Voedsel, Filosofie, Onderwijs, Onderzoek, Recreatie, Bouw (architectuur en het bouwen zelf), Cultuur, Techniek, Design, Bestuur (R.O., Bouwbesluit, e.d.) Wetenschap, ICT, Groen, afval(verwerking), Veiligheid en Vervoer. Wellicht zijn er nog andere sectoren waarvan hun (maatschappelijke) functie, voor een deel, opgenomen kunnen worden in de buurderij, sectoren/functies waaraan ik zelf, op dit moment, nog niet heb gedacht. Op termijn zal duidelijk worden welke noodzakelijk zijn om de organisatienetwerkdoelstelling te bereiken. Dit doel is te omschrijven als een concrete bijdrage leveren in de transformatie van onze huidige (meer) lineair ingerichte maatschappij naar een (steeds) meer circulair ingerichte maatschappij. Vanuit de overkoepelende thema’s: Circulaire Economie en het Circulaire Ondernemen wil ik deze multi-sectorale cross-over keteninnovatie concreet uitwerken in het businessplan van deze buurderij ‘The Open Globe’; een eerste concrete uitwerking van het conceptidee voor een buurderij (innovatienetwerk rapportnr. 07.2.156,Utrecht,juni 2007).

De traditionele organisatie komt steeds meer onder druk te staan. En die druk komt ook nog eens van twee kanten. Klanten hebben steeds minder boodschap aan ‘organisaties’ maar zijn opzoek naar oplossingen. We willen geholpen worden. Dat bepaalde dingen niet kunnen of niet werken omdat het niet te organiseren is of omdat het niet onder de www.openglobe.nl
verantwoordelijkheid van ‘de organisatie’ valt, daar hebben we geen boodschap aan. Daar komt bij dat de medewerker van de toekomst geen ‘assets’ meer wil zijn van de organisatie. De nieuwste generatie medewerkers zet haar intrinsieke motivatie haar talenten en haar vertrouwen in dat ze een eigen bijdrage kan leveren aan een project waar ze zelf in gelooft. Ze willen geen radertje zijn in een georganiseerde waarde creatie maar zelf waarde creëren. Slecht nieuws dus voor de traditionele organisatie.

In de traditionele organisatie is de hiërarchie het dominante organisatiemodel. Een organisatiemodel positioneert de sturing binnen de organisatie: waar worden welke beslissingen genomen? Nieuwe organisatiemodellen zijn vaak een effectief antwoord op contextveranderingen, zoals de kritisch wordende klant en de nieuwste generatie medewerkers. Netwerken gloren al enige tijd aan onze horizon. Steeds meer worden netwerken de manier om dingen gedaan te krijgen. Netwerken zijn de nieuwe productiefactor. Er wordt waarde gecreëerd op het niveau van het netwerk. Het gaat niet meer om wat een individuele organisatie voor elkaar krijgt, of dus niet voor elkaar krijgt. De hiërarchie faalt wanneer we te maken krijgen met ‘wicked problems’. Complexe problemen die om het oplossend vermogen vragen van een netwerk van organisaties. Steeds vaker is er nood aan echte en open samenwerking tussen organisaties uit zeer verschillende contexten.

‘De nieuwe medewerker’ is geknipt om in de context van het organisatienetwerk te functioneren. Ze legt transversale verbanden binnen en buiten de organisatie, denkt in mogelijkheden en kan gedreven door bezieling en op basis van haar talenten en drijfveren, dingen verwezenlijken die ertoe doen. Het zijn geboren netwerkers en ze weten hoe een gezond eigen belang kan bijdragen aan het algemeen belang. Titels en functies zijn onderschikt voor hen zelf maar ook in de beoordeling van anderen. Ze willen samenwerken met mensen die betrokken zijn en hun unieke competenties inbrengen om met elkaar dingen te bewerkstelligen. Ze werken evengoed samen met collega’s uit de eigen organisatie, collega’s uit andere organisaties, klanten of om het even wie. Sociale netwerken als social media maken het mogelijk om in mensen in hoog tempo met elkaar te verbinden. Het zijn digitale structuren die het nieuwe netwerken ondersteunen.

Kortom, het organisatienetwerk kan tegelijkertijd de behoeften van de nieuwe maatschappij bejegenen als ook de nieuwe medewerker in staat stellen het maximale uit zichzelf te halen. De traditionele organisatie heeft het nu nog steeds voor het zeggen. Maar het is al duidelijk dat organisaties die zich moeiteloos in organisatienetwerken bewegen of organisatienetwerken initiëren de bedrijven zijn die de gewenste unieke en vernieuwende oplossingen aandragen en de nieuwe generatie van medewerkers weten te boeien.

Bovenstaande tekst heb ik grotendeels overgenomen uit een schrijven van Patrick Kenis.

Patrick Kenis is vice-decaan van Antwerp Management School en professor aan de Universiteit van Tilburg. Hij doet al jaren onderzoek naar netwerken van organisaties en de manier waarop deze tot relevant resultaat komen.

Mijn persoonlijke drijfveer om bovenstaande te willen realiseren komt voort uit mijn persoonlijke overtuiging dat zaken in onze maatschappij verder ontwikkeld c.q. een verdere evolutie dienen door te maken willen wij de reeds opgebouwde kwaliteiten in onze maatschappij behouden en verder opbouwen.

Naast de door Patrick Kenis omschreven houding en instelling van ‘De nieuwe medewerker’ is daarbij een transformatie van een (huidige) meer lineair ingerichte economie naar een (steeds) meer circulair ingerichte economie m.i. wezenlijk van belang! Het gaat hierbij om het vorm en inhoud geven aan een Circulaire Economie; “Re-Thinking The System We Live In”, nieuwe businessmodellen ontwikkelen. Het concreet vorm geven van TOG is een middel om te komen tot een samenhang op een hoger complexiteitsniveau. Het samenhangend, sociaal, economisch en ecologisch ontwikkelen van deze buurderij TOG is dus ook een doel! Dus naast de concrete bijdrage om een (nationale)circulaire economie te ontwikkelen is TOG ontwikkelen ook een bijdrage aan een maatschappelijke sociale innovatie. Wellicht kan TOG een blauwdruk worden voor andere (plattelands)gemeenten in Nederland. In de context van het circulaire denken en handelen betekend dit bijvoorbeeld ook dat de definitie van “lokaal” breder is dan alleen regionaal.


Een belangrijke voorwaarde om dit te bewerkstelligen is m.i. dat er bij nieuwe ontwikkelingen, met het ambitieniveau zoals ik die nastreef met deze buurderij TOG op Schouwen-Duiveland, dat het onderwijsveld in de breedst mogelijke zin een wezenlijke plek inneemt in z’n ambitieuze ontwikkeling. De vraag die ik aan het onderwijsveld in (Zuid-West) Nederland stel is deze; “Hoe dient TOG ingericht te worden wil deze een duurzame en structurele verbinding met het (praktijk)onderwijsveld aan kunnen gaan? Ik wil TOG graag zodanig ontwikkelen dat deze faciliterend is aan het 3P duurzaamheid c.q. circulaire (praktijk)onderwijs in (Zuid-West) Nederland e.o. “De jeugd heeft de toekomst’ en” De burger als ‘Poort’ naar duurzaamheid”, zijn hierbij passende credo’s. Ik neem dit initiatief als zelfstandig ondernemer vanuit mijn hierboven omschreven visie en een welbegrepen eigenbelang. Dit plan kan alleen maar tot een succes worden als er, naast mij, voldoende andere mensen zijn die zich aan dit plan willen en kunnen verbinden; (zelfbewuste) Burgers, Bedrijven, Bestuurders en Bureaucraten.